kust
zelfstandig naamwoord, werkwoord /'kɵst/Betekenis
- de waterkant langs de zee
- de omgeving
- een keuze
Hoe spreek je kust uit?
/ˈkɵst/
Kust bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɵ | put |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- de omgeving als zodanig figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kusten | meervoud |
| kustje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kustjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kussen
- gebiedende wijs meervoud van kussen
Vervoeging van kust
kusthele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘grens tussen land en zee’ voor het eerst aangetroffen in 1436
Woordfamilie van kust
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kustje | verkleinwoord | kust |
| kustjes | verkleinwoord meervoud | kust |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kust zijn vastgelegd.