fust
zelfstandig naamwoord /fɵst/Betekenis
- verzamelnaam voor vaten waarin alcoholische dranken bewaard worden
- - zonder te bottelen
Hoe spreek je fust uit?
/fɵst/
Fust bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɵ | put |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fusten | meervoud |
| fustje | verkleinwoord, enkelvoud |
| fustjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘houten vat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Woordfamilie van fust
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fusten | meervoud | fust |
| fustje | verkleinwoord | fust |
| fustjes | verkleinwoord meervoud | fust |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fust zijn vastgelegd.