kritiseren
werkwoordBetekenis
- bekritiseren, kritiek uitoefenen op
Vervoeging van kritiseren
kritiserenhele werkwoord — kritiseerdeverleden tijd enkelvoud — kritiseerdenverleden tijd meervoud — gekritiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kritiseer | kritiseerde |
| jij | kritiseert | kritiseerde |
| hij, zij, het | kritiseert | kritiseerde |
| wij | kritiseren | kritiseerden |
| jullie | kritiseren | kritiseerden |
| zij | kritiseren | kritiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekritiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekritiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekritiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekritiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekritiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekritiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekritiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekritiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekritiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekritiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekritiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekritiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekritiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekritiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekritiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekritiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekritiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekritiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekritiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekritiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kritiseer | gebiedende wijs |
| kritiseerde | verleden tijd |
| kritisere | aanvoegende wijs |
| kritiserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekritiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kritiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kritiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekritiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekritiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekritiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekritiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekritiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kritiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekritiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekritiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekritiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kritiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kritiek leveren op’ voor het eerst aangetroffen in 1698
Woordfamilie van kritiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekritiseerd | voltooid deelwoord | kritiseren |
| gekritiseerde | woordvorm | kritiseren |
| kritiseer | gebiedende wijs | kritiseren |
| kritiseerde | verleden tijd | kritiseren |
| kritiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kritiseren |
| kritiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kritiseren |
| kritisere | aanvoegende wijs | kritiseren |
| kritiserend | onvoltooid deelwoord | kritiseren |
| kritiserende | woordvorm | kritiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kritiseren zijn vastgelegd.