kostumeren
werkwoordBetekenis
- van een kostuum voorzien
Vervoeging van kostumeren
kostumerenhele werkwoord — kostumeerdeverleden tijd enkelvoud — kostumeerdenverleden tijd meervoud — gekostumeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kostumeer | kostumeerde |
| jij | kostumeert | kostumeerde |
| hij, zij, het | kostumeert | kostumeerde |
| wij | kostumeren | kostumeerden |
| jullie | kostumeren | kostumeerden |
| zij | kostumeren | kostumeerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekostumeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekostumeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekostumeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekostumeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekostumeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekostumeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kostumeer | gebiedende wijs |
| kostumeerde | verleden tijd |
| kostumere | aanvoegende wijs |
| kostumerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekostumeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kostumeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kostumeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekostumeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kostumeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekostumeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kostumeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse costumer (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van kostumeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kostumeer | gebiedende wijs | kostumeren |
| kostumeerde | verleden tijd | kostumeren |
| kostumeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kostumeren |
| kostumeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kostumeren |
| kostumere | aanvoegende wijs | kostumeren |
| kostumerend | onvoltooid deelwoord | kostumeren |
| kostumerende | woordvorm | kostumeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kostumeren zijn vastgelegd.