Naar de inhoud

korven

in een korf brengen

korven is meer dan één woord

korven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. in een korf brengen

Vervoeging van korven

korvenhele werkwoord — korfdeverleden tijd enkelvoud — korfdenverleden tijd meervoud — gekorfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik korf korfde
jij korft korfde
hij, zij, het korft korfde
wij korven korfden
jullie korven korfden
zij korven korfden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekorfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekorfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekorfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekorfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekorfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekorfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekorfd verleden tijd, deelwoord
gekorfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekorfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekorfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekorfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekorfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekorfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekorfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
korf gebiedende wijs
korfde verleden tijd
korve aanvoegende wijs
korvend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te korven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van kerven

Vervoeging van korven

korvenhele werkwoord — korfdeverleden tijd enkelvoud — korfdenverleden tijd meervoud — gekorfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik korf korfde
jij korft korfde
hij, zij, het korft korfde
wij korven korfden
jullie korven korfden
zij korven korfden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekorfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekorfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekorfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekorfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekorfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekorfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekorfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekorfd verleden tijd, deelwoord
gekorfd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekorfd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekorfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekorfd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekorfd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekorfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekorfd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekorfd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
korf gebiedende wijs
korfde verleden tijd
korve aanvoegende wijs
korvend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekorfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te korven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekorfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekorfd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekorfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekorfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekorfd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt korven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen korven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekorfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekorfd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekorfd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult korven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord korf

Woordfamilie van korven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekorfd voltooid deelwoord korven
gekorfde woordvorm korven
korfde verleden tijd korven
korfden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon korven
korft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon korven
korve aanvoegende wijs korven
korvend onvoltooid deelwoord korven
korvende woordvorm korven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van korven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over korven

Wat betekent korven?
Korven is een werkwoord. Het woord betekent: in een korf brengen.
Hoe vervoeg je korven?
Je vervoegt korven als volgt: de tegenwoordige tijd is korf, de verleden tijd is korfde en het voltooid deelwoord is gekorfd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord korven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

korven levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. R 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

korven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

korven in het kort

korven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van korven zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort korven bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

korven: in een korf brengen
Deel korven — standaardnederlands.nl