koorde
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rechte die twee punten van een cirkel of een kromme verbindt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koorden | meervoud |
| koordetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koordetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rechte verbindingslijn van twee punten op een cirkel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van koorde
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koordetje | verkleinwoord | koorde |
| koordetjes | verkleinwoord meervoud | koorde |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koorde zijn vastgelegd.