knie
zelfstandig naamwoord kniBetekenis
- gewricht in het midden van het been dat het bovenbeen met het onderbeen verbindt
- iets dat rechthoekig omgebogen is
- kneden
Hoe spreek je knie uit?
/kni/
Knie bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| i | riet |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gedeelte van een kledingstuk (meestal een broek of kous) dat de knie [1] bedekt
- een rechthoekig omgebogen verbindingsstuk voor pijpen
- haakse rivierbocht
- knievormig versterkings- of verbindingsstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knietjes | verkleinwoord, meervoud |
| knieën | meervoud |
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘verbinding tussen boven- en onderbeen’ aangetroffen vanaf 1156
Woordfamilie van knie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knietjes | verkleinwoord meervoud | knie |
| knieën | meervoud | knie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knie zijn vastgelegd.