Naar de inhoud

kneuteren

morren, mopperen, pruttelen

kneuteren

werkwoord

Betekenis

  1. morren, mopperen, pruttelen

werkwoord

  1. morren, mopperen, pruttelen [2] unergative
  2. wat informeel praten, babbelen, kletsen [2] unergative
  3. zingen, kwinkeleren
  4. kreuken, kreukels vertonen

Vervoeging van kneuteren

kneuterenhele werkwoord — kneuterdeverleden tijd enkelvoud — kneuterdenverleden tijd meervoud — gekneuterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kneuter kneuterde
jij kneutert kneuterde
hij, zij, het kneutert kneuterde
wij kneuteren kneuterden
jullie kneuteren kneuterden
zij kneuteren kneuterden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekneuterd verleden tijd, deelwoord
gekneuterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekneuterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekneuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekneuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekneuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekneuterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekneuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekneuterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekneuterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekneuterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekneuterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kneuter gebiedende wijs
kneuterde verleden tijd
kneutere aanvoegende wijs
kneuterend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekneuterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kneuteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kneuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekneuterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kneuteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekneuterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kneuteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van kneuteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekneuterd voltooid deelwoord kneuteren
kneuterde verleden tijd kneuteren
kneuterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kneuteren
kneutere aanvoegende wijs kneuteren
kneuterend onvoltooid deelwoord kneuteren
kneuterende woordvorm kneuteren
kneutert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kneuteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kneuteren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kneuteren

Wat is de betekenis van kneuteren?
Kneuteren is een werkwoord. De betekenis is: morren, mopperen, pruttelen. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kneuteren?
Zo vervoeg je kneuteren zo: de tegenwoordige tijd is kneuter, de verleden tijd is kneuterde en het voltooid deelwoord is gekneuterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kneuteren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. E 1
  4. U 4
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kneuteren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. E 1
  4. U 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kneuteren in het kort

kneuteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kneuteren staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kneuteren bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kneuteren: morren, mopperen, pruttelen
Deel kneuteren — standaardnederlands.nl