Naar de inhoud

knakken

breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven

knakken is meer dan één woord

knakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven
  2. je plotseling machteloos voelen
  3. je vingers laten knakken

Vervoeging van knakken

knakkenhele werkwoord — knakteverleden tijd enkelvoud — knaktenverleden tijd meervoud — geknaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knak knakte
jij knakt knakte
hij, zij, het knakt knakte
wij knakken knakten
jullie knakken knakten
zij knakken knakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geknakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geknakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geknakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geknakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geknakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geknakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geknakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geknakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geknakt verleden tijd, deelwoord
geknakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geknakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geknakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geknakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geknakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geknakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geknakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geknakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geknakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geknakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geknakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knak gebiedende wijs
knakke aanvoegende wijs
knakkend onvoltooid, deelwoord
knakte verleden tijd
te hebben geknakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te knakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen knakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geknakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geknakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geknakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geknakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geknakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geknakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geknakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geknakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geknakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geknakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt knakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen knakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geknakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geknakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geknakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult knakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord knak

Herkomst

In de betekenis van ‘met een knak breken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Woordfamilie van knakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
knakke aanvoegende wijs knakken
knakkend onvoltooid deelwoord knakken
knakkende woordvorm knakken
knakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon knakken
knakte verleden tijd knakken
knakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon knakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over knakken

Wat betekent knakken?
Knakken is een werkwoord. Het woord betekent: breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je knakken?
Je vervoegt knakken als volgt: de tegenwoordige tijd is knak, de verleden tijd is knakte en het voltooid deelwoord is geknakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord knakken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

knakken levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. A 1
  4. K 3
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

knakken telt 7 letters, waarvan 4 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

knakken in het kort

knakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van knakken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort knakken bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

knakken: breken waarbij de uiteinden nog aan elkaar vast blijven
Deel knakken — standaardnederlands.nl