klonter
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een brok min of meer vaste stof in een vloeiende massa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klonters | meervoud |
| klontertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klontertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klonteren
- gebiedende wijs van klonteren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klonteren
Vervoeging van klonter
klonterhele werkwoord
Woordfamilie van klonter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klonters | meervoud | klonter |
| klontertje | verkleinwoord | klonter |
| klontertjes | verkleinwoord meervoud | klonter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klonter zijn vastgelegd.