klokkenspel
zelfstandig naamwoord ˈklɔkə(n)spɛlBetekenis
- een in kerktoren, of vrijstaande klokkentoren (campanile), opgesteld muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
Hoe spreek je klokkenspel uit?
/ˈklɔkənspɛl/
Klokkenspel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- slaginstrument dat wordt gebruikt bij een concert, met metalen staafjes bevestigd op een houten rand
- klokjes en belletjes v.e. arrentuig
- mannelijk geslachtsdeel figuratively, informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokkenspellen | meervoud |
| klokkenspelletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klokkenspelletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van klok zn en spel zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van klokkenspel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klokkenspellen | meervoud | klokkenspel |
| klokkenspelletje | verkleinwoord | klokkenspel |
| klokkenspelletjes | verkleinwoord meervoud | klokkenspel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klokkenspel zijn vastgelegd.