Naar de inhoud

klitten

vastklampen, plakken

klitten is meer dan één woord

klitten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. vastklampen, plakken
  2. van klitten ontdoen

Vervoeging van klitten

klittenhele werkwoord — klitteverleden tijd enkelvoud — geklitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klit klitte
jij klit klitte
hij, zij, het klit klitte
wij klitten —
jullie klitten —
zij klitten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geklit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geklit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geklit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geklit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geklit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geklit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geklit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geklit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geklit verleden tijd, deelwoord
geklit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klit gebiedende wijs
klitte verleden tijd
klitte aanvoegende wijs
klittend onvoltooid, deelwoord
te hebben geklit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te klitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geklit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van klitten

Vervoeging van klitten

klittenhele werkwoord — klitteverleden tijd enkelvoud — geklitvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klit klitte
jij klit klitte
hij, zij, het klit klitte
wij klitten —
jullie klitten —
zij klitten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geklit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geklit impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geklit impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geklit impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geklit worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geklit zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geklit worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geklit zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geklit verleden tijd, deelwoord
geklit te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklit te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklit te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklit worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklit zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklit zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklit zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklit zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klit gebiedende wijs
klitte verleden tijd
klitte aanvoegende wijs
klittend onvoltooid, deelwoord
te hebben geklit actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te klitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geklit voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geklit enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geklit enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geklit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geklit voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geklit voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklit hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklit worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklit zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklit hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklit zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklit hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklit worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklit zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult klitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord klit

Woordfamilie van klitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geklit voltooid deelwoord klitten
geklitte woordvorm klitten
klitte verleden tijd klitten
klittend onvoltooid deelwoord klitten
klittende woordvorm klitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over klitten

Wat is de betekenis van klitten?
Klitten is een werkwoord. De betekenis is: vastklampen, plakken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik klitten?
Zo vervoeg je klitten zo: de tegenwoordige tijd is klit, de verleden tijd is klitte en het voltooid deelwoord is geklit. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord klitten is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. I 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

klitten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. I 2
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

klitten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

klitten in het kort

klitten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van klitten staan er 72 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort klitten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

klitten: vastklampen, plakken
Deel klitten — standaardnederlands.nl