klik
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- kort, scherp en droog geluid
- een keuze gemaakt door ergens op te drukken en die een andere pagina of ander deel van de pagina op het scherm brengt
- een niet-pulmonaire medeklinker gemaakt door een dubbele afsluiting te maken met de tong of de lippen, een onderdruk te maken en de afsluiting los te trekken
- het geluid van de sluiter van een camera
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klikje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klikjes | verkleinwoord, meervoud |
| klikken | meervoud |
| kliks [3] | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klikken
- gebiedende wijs van klikken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klikken
Vervoeging van klik
klikhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘tussenwerpsel: nabootsing van geluid’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van klik
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klikje | verkleinwoord | klik |
| klikjes | verkleinwoord meervoud | klik |
| kliks | meervoud | klik |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klik zijn vastgelegd.