Naar de inhoud

klaarstomen

iemand in versneld tempo trachten op iets voor te bereiden

klaarstomen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand in versneld tempo trachten op iets voor te bereiden
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van klaarstomen

klaarstomenhele werkwoord — stoomde klaarverleden tijd enkelvoud — stoomden klaarverleden tijd meervoud — klaargestoomdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoom klaar stoomde klaar
jij stoomt klaar stoomde klaar
hij, zij, het stoomt klaar stoomde klaar
wij stomen klaar stoomden klaar
jullie stomen klaar stoomden klaar
zij stomen klaar stoomden klaar
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is klaargestoomd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was klaargestoomd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd klaargestoomd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt klaargestoomd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal klaargestoomd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal klaargestoomd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou klaargestoomd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou klaargestoomd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had klaargestoomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had klaargestoomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden klaargestoomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden klaargestoomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben klaargestoomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klaar te stomen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
klaar te zullen stomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
klaar zal stomen bijzin, toekomende tijd
klaar zou stomen bijzin, voorwaardelijk
klaar zouden stomen bijzin, voorwaardelijk
klaar zoudt stomen bijzin, voorwaardelijk
klaar zullen stomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
klaar zullen stomen bijzin, toekomende tijd
klaar zult stomen bijzin, toekomende tijd
klaargestoomd verleden tijd, deelwoord
klaargestoomd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
klaargestoomd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
klaargestoomd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
klaargestoomd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
klaargestoomd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
klaargestoomd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
klaargestoomd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
klaargestoomd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
klaargestoomd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
klaargestoomd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
klaarstomend onvoltooid, deelwoord
klaarstoom bijzin, tegenwoordige tijd
klaarstoomde bijzin, verleden tijd
klaarstoomden bijzin, verleden tijd
klaarstoomt bijzin, tegenwoordige tijd
stoom klaar gebiedende wijs
stoomde klaar verleden tijd
te hebben klaargestoomd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen klaarstomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren klaargestoomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren klaargestoomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was klaargestoomd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was klaargestoomd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was klaargestoomd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt klaargestoomd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal klaargestoomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal klaargestoomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal klaarstomen bijzin, toekomende tijd
zijn klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt klaargestoomd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou klaarstomen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) klaarstomen klaar zou(dt) stomen bijzin, voorwaardelijk
zouden klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden klaarstomen bijzin, voorwaardelijk
zoudt klaargestoomd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klaargestoomd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt klaarstomen bijzin, voorwaardelijk
zullen klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klaargestoomd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klaargestoomd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen klaargestoomd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen klaargestoomd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen klaarstomen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen klaarstomen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen klaarstomen bijzin, toekomende tijd
zult klaargestoomd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van klaar en stomen

Woordfamilie van klaarstomen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
klaargestoomd voltooid deelwoord klaarstomen
klaargestoomde woordvorm klaarstomen
klaarstome with-subordinate-clause klaarstomen
klaarstomend onvoltooid deelwoord klaarstomen
klaarstomende woordvorm klaarstomen
klaarstoom subordinate-clause, tegenwoordige tijd klaarstomen
klaarstoomde subordinate-clause, verleden tijd klaarstomen
klaarstoomden subordinate-clause, verleden tijd klaarstomen
klaarstoomt subordinate-clause, tegenwoordige tijd klaarstomen
stome klaar woordvorm klaarstomen
stomen klaar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon klaarstomen
stoom klaar gebiedende wijs klaarstomen
stoomde klaar verleden tijd klaarstomen
stoomden klaar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon klaarstomen
stoomt klaar aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon klaarstomen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klaarstomen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over klaarstomen

Wat betekent klaarstomen?
Klaarstomen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand in versneld tempo trachten op iets voor te bereiden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je klaarstomen?
Je vervoegt klaarstomen als volgt: het voltooid deelwoord is klaargestoomd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord klaarstomen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. A 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. T 2
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

klaarstomen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. A 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. T 2
  8. O 1
  9. M 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

klaarstomen in het kort

klaarstomen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van klaarstomen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort klaarstomen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

klaarstomen: iemand in versneld tempo trachten op iets voor te bereiden
Deel klaarstomen — standaardnederlands.nl