killen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- van het leven beroven, vermoorden
- een wedstrijd winnen
Vervoeging van killen
killenhele werkwoord — kildeverleden tijd enkelvoud — kildenverleden tijd meervoud — gekildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kil | kilde |
| jij | kilt | kilde |
| hij, zij, het | kilt | kilde |
| wij | killen | kilden |
| jullie | killen | kilden |
| zij | killen | kilden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekild | verleden tijd, deelwoord |
| gekild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kil | gebiedende wijs |
| kilde | verleden tijd |
| kille | aanvoegende wijs |
| killend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te killen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen killen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt killen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen killen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult killen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kil
Herkomst
van het Engelse to kill
Woordfamilie van killen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekild | voltooid deelwoord | killen |
| gekilde | woordvorm | killen |
| kilde | verleden tijd | killen |
| kilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | killen |
| killend | onvoltooid deelwoord | killen |
| killende | woordvorm | killen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van killen zijn vastgelegd.