Naar de inhoud

kietelen

het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken

kietelen

werkwoord ˈkitələ(n)

Betekenis

  1. het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
  2. kietelend aanvoelen

Hoe spreek je kietelen uit?

/ˈkitələn/

Kietelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkitələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
i riet
t tak
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kietelen

kietelenhele werkwoord — kieteldeverleden tijd enkelvoud — kieteldenverleden tijd meervoud — gekieteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kietel kietelde
jij kietelt kietelde
hij, zij, het kietelt kietelde
wij kietelen kietelden
jullie kietelen kietelden
zij kietelen kietelden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekieteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekieteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekieteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekieteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekieteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekieteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekieteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekieteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekieteld verleden tijd, deelwoord
gekieteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekieteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekieteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekieteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekieteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekieteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekieteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekieteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekieteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekieteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekieteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kietel gebiedende wijs
kietelde verleden tijd
kietele aanvoegende wijs
kietelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekieteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kietelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kietelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekieteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kietelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kietelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekieteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kietelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘een kriebeling opwekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Woordfamilie van kietelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekieteld voltooid deelwoord kietelen
gekietelde woordvorm kietelen
kietel gebiedende wijs kietelen
kietelde verleden tijd kietelen
kietelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kietelen
kietele aanvoegende wijs kietelen
kietelend onvoltooid deelwoord kietelen
kietelende woordvorm kietelen
kietelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kietelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kietelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kietelen

Hoe spreek ik kietelen uit?
Zo spreek je kietelen uit: /ˈkitələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kietelen?
Kietelen is een werkwoord. De betekenis is: het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kietelen?
Zo vervoeg je kietelen zo: de tegenwoordige tijd is kietel, de verleden tijd is kietelde en het voltooid deelwoord is gekieteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kietelen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. I 1
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kietelen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. I 2
  3. E 1
  4. T 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kietelen in het kort

kietelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kietelen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kietelen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kietelen: het prikkelen van gevoelige stukken huid bij anderen door middel van licht aanraken
Deel kietelen — standaardnederlands.nl