kerstenen
werkwoord ˈkɛrstənə(n)Betekenis
- (gewestelijk) tot een christen maken
- heidense volkeren, al dan niet massaal, tot het christendom bekeren; veelal in historische context
- aanpassen aan het christelijke geloof
Hoe spreek je kerstenen uit?
/ˈkɛrstənən/
Kerstenen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- tot een christen maken transitive
Vervoeging van kerstenen
kerstenenhele werkwoord — kerstendeverleden tijd enkelvoud — kerstendenverleden tijd meervoud — gekerstendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kersten | kerstende |
| jij | kerstent | kerstende |
| hij, zij, het | kerstent | kerstende |
| wij | kerstenen | kerstenden |
| jullie | kerstenen | kerstenden |
| zij | kerstenen | kerstenden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekerstend | verleden tijd, deelwoord |
| gekerstend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekerstend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekerstend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekerstend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekerstend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekerstend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekerstend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekerstend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekerstend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekerstend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekerstend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kersten | gebiedende wijs |
| kerstende | verleden tijd |
| kerstene | aanvoegende wijs |
| kerstenend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekerstend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kerstenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kerstenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekerstend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kerstenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekerstend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kerstenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘dopen’ voor het eerst aangetroffen in 1324
Woordfamilie van kerstenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekerstend | voltooid deelwoord | kerstenen |
| gekerstende | woordvorm | kerstenen |
| kerstende | verleden tijd | kerstenen |
| kerstenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kerstenen |
| kerstene | aanvoegende wijs | kerstenen |
| kerstenend | onvoltooid deelwoord | kerstenen |
| kerstenende | woordvorm | kerstenen |
| kerstent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kerstenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerstenen zijn vastgelegd.