kers
zelfstandig naamwoord kɛrsBetekenis
- vrucht van de kersenboom
- boom waaraan kersen groeien o.a. de voornoemde soorten.
Hoe spreek je kers uit?
/kɛrs/
Kers bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- steenvrucht van een kersenboom, Prunus subg. Cerasus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kersen | meervoud |
| kersje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kersjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor bomen uit het ondergeslacht Prunus subg. Cerasus, waaraan kersen groeien
Herkomst
via Middelnederlands kerse, in de betekenis van ‘vrucht’ aangetroffen vanaf 1240, via Latijn ceresia / ceresium / cerasium van Oudgrieks κεράσιον (kerásion) / κέρᾰσος (kérasos)
Woordfamilie van kers
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kersje | verkleinwoord | kers |
| kersjes | verkleinwoord meervoud | kers |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kers zijn vastgelegd.