convers
zelfstandig naamwoord kɔnˈvɛrsBetekenis
- het tegengestelde
Hoe spreek je convers uit?
/kɔnˈvɛrs/
Convers bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een kloosterling die wel de gelofte van de orde waartoe hij behoort, heeft afgelegd doch zonder klerikale wijdingen en met minder verplichtingen ten aanzien van het koorofficie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| conversen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lekenbroeder’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van convers
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| conversen | meervoud | convers |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van convers zijn vastgelegd.