kerkuil
zelfstandig naamwoord ˈkɛrᵊkˌœylBetekenis
- een uil met een lichte onderzijde en een opvallende, hartvormige sluier die gewoonlijk in gebouwen broedt
Hoe spreek je kerkuil uit?
/ˈkɛrəkˌœyl/
Kerkuil bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| œy | huis |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort vogel, Tyto alba, met een lichte onderzijde en een opvallende, hartvormige sluier die gewoonlijk in gebouwen broedt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkuilen | meervoud |
| kerkuiltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerkuiltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en uil zn
Woordfamilie van kerkuil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkuiltje | verkleinwoord | kerkuil |
| kerkuiltjes | verkleinwoord meervoud | kerkuil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkuil zijn vastgelegd.