tuil
zelfstandig naamwoord /tœyl/Betekenis
- bos bloemen
- bloemenslinger of bloemenkrans in het haar, vooral gedragen door bruiden
- bloeiwijze waarbij bloemstelen zo in lengte verschillen dat alle bloemen van een tros in één vlak liggen
- bos, bundel
- kuif
- dwaasheid, grap, scherts
Hoe spreek je tuil uit?
/tœyl/
Tuil bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| œy | huis |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tuilen | enkelvoud |
| tuiltje | verkleinwoord |
| tuiltjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘bundel bloemen’ voor het eerst aangetroffen in 1555
Woordfamilie van tuil
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tuilen | enkelvoud | tuil |
| tuiltje | verkleinwoord | tuil |
| tuiltjes | verkleinwoord | tuil |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuil zijn vastgelegd.