kerkvader
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanduiding voor de schrijvers en leraren (meestal bisschoppen) van de vroeg-christelijke Kerk, van wie de theologische werken bewaard zijn gebleven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkvaderen | meervoud |
| kerkvaders | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en vader zn
Woordfamilie van kerkvader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkvaderen | meervoud | kerkvader |
| kerkvaders | meervoud | kerkvader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkvader zijn vastgelegd.