kerktoren
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een toren bij een kerk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerktorens | meervoud |
| kerktorentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerktorentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kerk en toren
Woordfamilie van kerktoren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerktorens | meervoud | kerktoren |
| kerktorentje | verkleinwoord | kerktoren |
| kerktorentjes | verkleinwoord meervoud | kerktoren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerktoren zijn vastgelegd.