Naar de inhoud

kelderen

snel omlaag gaan

kelderen

werkwoord ˈkɛldərə(n)

Betekenis

  1. snel omlaag gaan
  2. onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, 'naar de kelder gaan'
  3. tot zinken brengen, 'naar de kelder jagen'
  4. naar de kelder brengen

Hoe spreek je kelderen uit?

/ˈkɛldərən/

Kelderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɛldərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɛ bed
l land
d dak
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, "naar de kelder gaan" ergative
  2. tot zinken brengen, "naar de kelder jagen" transitive

Vervoeging van kelderen

kelderenhele werkwoord — kelderdeverleden tijd enkelvoud — kelderdenverleden tijd meervoud — gekelderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kelder kelderde
jij keldert kelderde
hij, zij, het keldert kelderde
wij kelderen kelderden
jullie kelderen kelderden
zij kelderen kelderden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekelderd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was gekelderd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd gekelderd impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt gekelderd impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gekelderd worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal gekelderd zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou gekelderd worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou gekelderd zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekelderd verleden tijd, deelwoord
gekelderd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekelderd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekelderd te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekelderd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekelderd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekelderd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekelderd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekelderd zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekelderd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekelderd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben gekelderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kelder gebiedende wijs
kelderde verleden tijd
keldere aanvoegende wijs
kelderend onvoltooid, deelwoord
te hebben/zijn gekelderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kelderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kelderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekelderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekelderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekelderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekelderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekelderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekelderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekelderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekelderd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekelderd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekelderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekelderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekelderd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kelderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kelderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekelderd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekelderd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kelderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands kelren ww ; afgeleid van kelder zn met het achtervoegsel -en, zowel letterlijk in de betekenis van "een ondergrondse bergplaats" als overdrachtelijk in de betekenis "laagst gelegen plaats"

Woordfamilie van kelderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekelderd voltooid deelwoord kelderen
gekelderde woordvorm kelderen
kelderde verleden tijd kelderen
kelderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kelderen
keldere aanvoegende wijs kelderen
kelderend onvoltooid deelwoord kelderen
kelderende woordvorm kelderen
keldert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kelderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kelderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kelderen

Hoe spreek je kelderen uit?
De uitspraak van kelderen is: /ˈkɛldərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent kelderen?
Kelderen is een werkwoord. Het woord betekent: snel omlaag gaan. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kelderen?
Je vervoegt kelderen als volgt: de tegenwoordige tijd is kelder, de verleden tijd is kelderde en het voltooid deelwoord is gekelderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kelderen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kelderen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. D 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kelderen in het kort

kelderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kelderen zijn 63 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kelderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kelderen: snel omlaag gaan
Deel kelderen — standaardnederlands.nl