kelderen
werkwoord ˈkɛldərə(n)Betekenis
- snel omlaag gaan
- onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, 'naar de kelder gaan'
- tot zinken brengen, 'naar de kelder jagen'
- naar de kelder brengen
Hoe spreek je kelderen uit?
/ˈkɛldərən/
Kelderen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- onder water verdwijnen door verlies van het drijfvermogen, "naar de kelder gaan" ergative
- tot zinken brengen, "naar de kelder jagen" transitive
Vervoeging van kelderen
kelderenhele werkwoord — kelderdeverleden tijd enkelvoud — kelderdenverleden tijd meervoud — gekelderdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kelder | kelderde |
| jij | keldert | kelderde |
| hij, zij, het | keldert | kelderde |
| wij | kelderen | kelderden |
| jullie | kelderen | kelderden |
| zij | kelderen | kelderden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekelderd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was gekelderd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd gekelderd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt gekelderd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekelderd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal gekelderd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou gekelderd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou gekelderd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekelderd | verleden tijd, deelwoord |
| gekelderd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekelderd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekelderd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekelderd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekelderd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekelderd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekelderd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekelderd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekelderd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekelderd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben gekelderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kelder | gebiedende wijs |
| kelderde | verleden tijd |
| keldere | aanvoegende wijs |
| kelderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben/zijn gekelderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kelderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kelderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekelderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekelderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekelderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekelderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekelderd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekelderd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekelderd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekelderd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekelderd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekelderd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekelderd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kelderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekelderd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekelderd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kelderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands kelren ww ; afgeleid van kelder zn met het achtervoegsel -en, zowel letterlijk in de betekenis van "een ondergrondse bergplaats" als overdrachtelijk in de betekenis "laagst gelegen plaats"
Woordfamilie van kelderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekelderd | voltooid deelwoord | kelderen |
| gekelderde | woordvorm | kelderen |
| kelderde | verleden tijd | kelderen |
| kelderden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kelderen |
| keldere | aanvoegende wijs | kelderen |
| kelderend | onvoltooid deelwoord | kelderen |
| kelderende | woordvorm | kelderen |
| keldert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kelderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kelderen zijn vastgelegd.