kelder
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈkɛldərBetekenis
- een ondergrondse bergruimte
- de bodem van de zee
Hoe spreek je kelder uit?
/ˈkɛldər/
Kelder bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| l | land |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een ondergrondse bergruimte in een woning
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kelders | meervoud |
| keldertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| keldertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelderen
- gebiedende wijs van kelderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelderen
Vervoeging van kelder
kelderhele werkwoord
Herkomst
Van Oudnederlands kellera , verder te herleiden tot Latijn cellarium. In de betekenis van ‘deel van gebouw onder de begane grond’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van kelder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kelders | meervoud | kelder |
| keldertje | verkleinwoord | kelder |
| keldertjes | verkleinwoord meervoud | kelder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kelder zijn vastgelegd.