keffen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- blaffen van een kleine hond
- kijven, luidkeels ruzie maken van vrouwen
Vervoeging van keffen
keffenhele werkwoord — kefteverleden tijd enkelvoud — keftenverleden tijd meervoud — gekeftvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kef | kefte |
| jij | keft | kefte |
| hij, zij, het | keft | kefte |
| wij | keffen | keften |
| jullie | keffen | keften |
| zij | keffen | keften |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gekeft | verleden tijd, deelwoord |
| gekeft te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekeft zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekeft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekeft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekeft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekeft | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekeft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekeft | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekeft | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekeft | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kef | gebiedende wijs |
| keffe | aanvoegende wijs |
| keffend | onvoltooid, deelwoord |
| kefte | verleden tijd |
| te hebben gekeft | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te keffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen keffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekeft hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt keffen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen keffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekeft hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult keffen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kef
Herkomst
In de betekenis van ‘blaffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550
Woordfamilie van keffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekeft | voltooid deelwoord | keffen |
| keffe | aanvoegende wijs | keffen |
| keffend | onvoltooid deelwoord | keffen |
| keffende | woordvorm | keffen |
| keft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | keffen |
| kefte | verleden tijd | keffen |
| keften | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | keffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keffen zijn vastgelegd.