commissaris
zelfstandig naamwoord kɔmɪ'sarɪsBetekenis
- een persoon die zitting heeft in een commissie van toezicht b.v. iemand die namens de aandeelhouders belast is met het toezicht op en het adviseren van de directie van een onderneming
- een hoge rang in de Nederlandse en Belgische politie, politiecommissaris
- ~ van de Koning(in) de hoogste vertegenwoordiger van de Kroon in een Nederlandse provincie, voorzitter van de Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten
Hoe spreek je commissaris uit?
/kɔmɪˈsarɪs/
Commissaris bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| commissarisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| commissarisjes | verkleinwoord, meervoud |
| commissarissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘gevolmachtigde’ voor het eerst aangetroffen in 1353
Woordfamilie van commissaris
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| commissarisje | verkleinwoord | commissaris |
| commissarisjes | verkleinwoord meervoud | commissaris |
| commissarissen | meervoud | commissaris |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van commissaris zijn vastgelegd.