kapseizen
werkwoord ˈkɑpsɛizə(n)Betekenis
- ondersteboven komen liggen
Hoe spreek je kapseizen uit?
/ˈkɑpsɛizən/
Kapseizen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| s | sok |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kapseizen
kapseizenhele werkwoord — kapseisdeverleden tijd enkelvoud — kapseisdenverleden tijd meervoud — gekapseisdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kapseis | kapseisde |
| jij | kapseist | kapseisde |
| hij, zij, het | kapseist | kapseisde |
| wij | kapseizen | kapseisden |
| jullie | kapseizen | kapseisden |
| zij | kapseizen | kapseisden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekapseisd | verleden tijd, deelwoord |
| gekapseisd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekapseisd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kapseis | gebiedende wijs |
| kapseisde | verleden tijd |
| kapseize | aanvoegende wijs |
| kapseizend | onvoltooid, deelwoord |
| te kapseizen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gekapseisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kapseizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekapseisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekapseisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekapseisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekapseisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekapseisd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekapseisd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekapseisd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekapseisd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekapseisd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekapseisd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kapseizen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekapseisd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kapseizen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘omslaan’ voor het eerst aangetroffen in 1856
Woordfamilie van kapseizen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekapseisd | voltooid deelwoord | kapseizen |
| gekapseisde | woordvorm | kapseizen |
| kapseis | gebiedende wijs | kapseizen |
| kapseisde | verleden tijd | kapseizen |
| kapseisden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kapseizen |
| kapseist | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kapseizen |
| kapseize | aanvoegende wijs | kapseizen |
| kapseizend | onvoltooid deelwoord | kapseizen |
| kapseizende | woordvorm | kapseizen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapseizen zijn vastgelegd.