kapsalon
zelfstandig naamwoord ˈkɑpsalɔnBetekenis
- gelegenheid waar m.n. vrouwen hun haren kunnen laten knippen en behandelen.
- een gerecht bestaande uit friet bedekt met shoarma, afgetopt met Goudse kaas, even onder de grill gezet, zodat de kaas smelt, met bovenop salade
Hoe spreek je kapsalon uit?
/ˈkɑpsalɔn/
Kapsalon bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| s | sok |
| a | maan |
| l | land |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gelegenheid waar mensen hun haren laten knippen en hun kapsels laten verzorgen
- gerecht bestaande uit friet bedekt met shoarma, afgetopt met Goudse kaas, even onder de grill gezet, zodat de kaas smelt, met bovenop salade
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kapsalonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kapsalonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| kapsalons | meervoud |
Herkomst
leenvertaling van Frans salon de coiffure, samenstelling van kap ww en salon zn **[2] doordat dit gerecht oorspronkelijk gemaakt werd voor een kapper
Woordfamilie van kapsalon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kapsalonnetje | verkleinwoord | kapsalon |
| kapsalonnetjes | verkleinwoord meervoud | kapsalon |
| kapsalons | meervoud | kapsalon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapsalon zijn vastgelegd.