Naar de inhoud

kapotslaan

iets beschadigen door het met geweld te raken

kapotslaan

werkwoord /kaˈpɔtslan/

Betekenis

  1. iets beschadigen door het met geweld te raken
  2. iemand door lijfelijk geweld met ernstig letsel buiten gevecht stellen
  3. gebroken raken

Hoe spreek je kapotslaan uit?

/kaˈpɔtslan/

Kapotslaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /kaˈpɔtslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
a maan
p pak
ɔ bot
t tak
s sok
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kapotslaan

kapotslaanhele werkwoord — sloeg kapotverleden tijd enkelvoud — sloegen kapotverleden tijd meervoud — kapotgeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla kapot sloeg kapot
jij slaat kapot sloeg kapot
hij, zij, het slaat kapot sloeg kapot
wij slaan kapot sloegen kapot
jullie slaan kapot sloegen kapot
zij slaan kapot sloegen kapot
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is kapotgeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was kapotgeslagen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd kapotgeslagen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt kapotgeslagen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal kapotgeslagen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal kapotgeslagen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou kapotgeslagen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou kapotgeslagen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kapotgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kapot te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kapot te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kapot zal slaan bijzin, toekomende tijd
kapot zou slaan bijzin, voorwaardelijk
kapot zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
kapot zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
kapot zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kapot zullen slaan bijzin, toekomende tijd
kapot zult slaan bijzin, toekomende tijd
kapotgeslagen verleden tijd, deelwoord
kapotgeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kapotgeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
kapotgeslagen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kapotgeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
kapotgeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
kapotgeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kapotgeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
kapotgeslagen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kapotgeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
kapotgeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
kapotsla bijzin, tegenwoordige tijd
kapotslaand onvoltooid, deelwoord
kapotslaat bijzin, tegenwoordige tijd
kapotsloeg bijzin, verleden tijd
kapotsloegen bijzin, verleden tijd
sla kapot gebiedende wijs
sloeg kapot verleden tijd
te hebben kapotgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kapotslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was kapotgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt kapotgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal kapotgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal kapotgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal kapotslaan bijzin, toekomende tijd
zijn kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt kapotgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou kapotslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) kapotslaan kapot zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden kapotslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt kapotgeslagen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kapotgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt kapotslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kapotgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kapotgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen kapotgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen kapotgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kapotslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kapotslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen kapotslaan bijzin, toekomende tijd
zult kapotgeslagen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van kapot bw en slaan ww

Woordfamilie van kapotslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kapotgeslagen voltooid deelwoord kapotslaan
kapotsla subordinate-clause, tegenwoordige tijd kapotslaan
kapotslaand onvoltooid deelwoord kapotslaan
kapotslaande woordvorm kapotslaan
kapotslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd kapotslaan
kapotsloeg subordinate-clause, verleden tijd kapotslaan
kapotsloegen subordinate-clause, verleden tijd kapotslaan
sla kapot gebiedende wijs kapotslaan
slaan kapot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon kapotslaan
slaat kapot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kapotslaan
sloeg kapot verleden tijd kapotslaan
sloegen kapot aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kapotslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapotslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kapotslaan

Hoe spreek ik kapotslaan uit?
Zo spreek je kapotslaan uit: /kaˈpɔtslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van kapotslaan?
Kapotslaan is een werkwoord. De betekenis is: iets beschadigen door het met geweld te raken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kapotslaan?
Zo vervoeg je kapotslaan zo: het voltooid deelwoord is kapotgeslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kapotslaan is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. P 3
  4. O 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kapotslaan levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. P 4
  4. O 1
  5. T 2
  6. S 2
  7. L 3
  8. A 1
  9. A 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kapotslaan in het kort

kapotslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kapotslaan staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kapotslaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kapotslaan: iets beschadigen door het met geweld te raken
Deel kapotslaan — standaardnederlands.nl