kanten
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich verzetten tegen
- vlak, recht maken
- van kant vervaardigd
Vervoeging van kanten
kantenhele werkwoord — kantteverleden tijd enkelvoud — kanttenverleden tijd meervoud — gekantvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kant | kantte |
| jij | kant | kantte |
| hij, zij, het | kant | kantte |
| wij | kanten | kantten |
| jullie | kanten | kantten |
| zij | kanten | kantten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekant | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekant | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekant | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekant | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekant worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekant zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekant worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekant zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekant | verleden tijd, deelwoord |
| gekant te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekant te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekant te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekant te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekant te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekant worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekant zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekant zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekant zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekant zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekant | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekant | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekant | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekant | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekant | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kant | gebiedende wijs |
| kante | aanvoegende wijs |
| kantend | onvoltooid, deelwoord |
| kantte | verleden tijd |
| te hebben gekant | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kanten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kanten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekant | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekant | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekant | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekant | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekant | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekant | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekant | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekant | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekant hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekant zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kanten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kanten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekant hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekant worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekant zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kanten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kant
Herkomst
afgeleid van kant met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van kanten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekant | voltooid deelwoord | kanten |
| kantend | onvoltooid deelwoord | kanten |
| kantende | woordvorm | kanten |
| kantte | verleden tijd | kanten |
| kantten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kanten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanten zijn vastgelegd.