Naar de inhoud

kandideren

als kandidaat voorstellen

kandideren

werkwoord

Betekenis

  1. als kandidaat voorstellen

Vervoeging van kandideren

kandiderenhele werkwoord — kandideerdeverleden tijd enkelvoud — kandideerdenverleden tijd meervoud — gekandideerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kandideer kandideerde
jij kandideert kandideerde
hij, zij, het kandideert kandideerde
wij kandideren kandideerden
jullie kandideren kandideerden
zij kandideren kandideerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekandideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekandideerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekandideerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekandideerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekandideerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekandideerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekandideerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekandideerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekandideerd verleden tijd, deelwoord
gekandideerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekandideerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekandideerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekandideerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekandideerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekandideerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekandideerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekandideerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekandideerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekandideerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekandideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekandideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekandideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekandideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekandideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kandideer gebiedende wijs
kandideerde verleden tijd
kandidere aanvoegende wijs
kandiderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekandideerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kandideren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kandideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekandideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekandideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekandideerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekandideerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekandideerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekandideerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekandideerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekandideerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekandideerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kandideren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kandideren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekandideerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekandideerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekandideerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kandideren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zich kandidaat stellen’ voor het eerst aangetroffen in 1912

Woordfamilie van kandideren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekandideerd voltooid deelwoord kandideren
gekandideerde woordvorm kandideren
kandideer gebiedende wijs kandideren
kandideerde verleden tijd kandideren
kandideerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kandideren
kandideert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kandideren
kandidere aanvoegende wijs kandideren
kandiderend onvoltooid deelwoord kandideren
kandiderende woordvorm kandideren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kandideren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kandideren

Wat is de betekenis van kandideren?
Kandideren is een werkwoord. De betekenis is: als kandidaat voorstellen.
Hoe vervoeg ik kandideren?
Zo vervoeg je kandideren zo: de tegenwoordige tijd is kandideer, de verleden tijd is kandideerde en het voltooid deelwoord is gekandideerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kandideren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kandideren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kandideren in het kort

kandideren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kandideren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kandideren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kandideren: als kandidaat voorstellen
Deel kandideren — standaardnederlands.nl