Naar de inhoud

kanaliseren

rechttrekken tot een kanaal

kanaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. rechttrekken tot een kanaal

Vervoeging van kanaliseren

kanaliserenhele werkwoord — kanaliseerdeverleden tijd enkelvoud — kanaliseerdenverleden tijd meervoud — gekanaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kanaliseer kanaliseerde
jij kanaliseert kanaliseerde
hij, zij, het kanaliseert kanaliseerde
wij kanaliseren kanaliseerden
jullie kanaliseren kanaliseerden
zij kanaliseren kanaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekanaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekanaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekanaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekanaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekanaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekanaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekanaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekanaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekanaliseerd verleden tijd, deelwoord
gekanaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekanaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekanaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekanaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekanaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekanaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekanaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekanaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekanaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kanaliseer gebiedende wijs
kanaliseerde verleden tijd
kanalisere aanvoegende wijs
kanaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekanaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kanaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kanaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekanaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekanaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekanaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekanaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekanaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kanaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekanaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekanaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekanaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kanaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse canaliser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van kanaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekanaliseerd voltooid deelwoord kanaliseren
gekanaliseerde woordvorm kanaliseren
kanaliseer gebiedende wijs kanaliseren
kanaliseerde verleden tijd kanaliseren
kanaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kanaliseren
kanaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kanaliseren
kanalisere aanvoegende wijs kanaliseren
kanaliserend onvoltooid deelwoord kanaliseren
kanaliserende woordvorm kanaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kanaliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over kanaliseren

Wat betekent kanaliseren?
Kanaliseren is een werkwoord. Het woord betekent: rechttrekken tot een kanaal.
Hoe vervoeg je kanaliseren?
Je vervoegt kanaliseren als volgt: de tegenwoordige tijd is kanaliseer, de verleden tijd is kanaliseerde en het voltooid deelwoord is gekanaliseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kanaliseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kanaliseren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kanaliseren in het kort

kanaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kanaliseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kanaliseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kanaliseren: rechttrekken tot een kanaal
Deel kanaliseren — standaardnederlands.nl