kammen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /kɑmə(n)/Betekenis
- met een kam haar in orde brengen
Hoe spreek je kammen uit?
/kɑmən/
Kammen bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van kammen
kammenhele werkwoord — kamdeverleden tijd enkelvoud — kamdenverleden tijd meervoud — gekamdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kam | kamde |
| jij | kamt | kamde |
| hij, zij, het | kamt | kamde |
| wij | kammen | kamden |
| jullie | kammen | kamden |
| zij | kammen | kamden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekamd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekamd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekamd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekamd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekamd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekamd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekamd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekamd | verleden tijd, deelwoord |
| gekamd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekamd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekamd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekamd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekamd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekamd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekamd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekamd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekamd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekamd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kam | gebiedende wijs |
| kamde | verleden tijd |
| kamme | aanvoegende wijs |
| kammend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekamd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kammen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekamd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekamd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekamd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekamd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekamd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekamd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekamd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekamd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kammen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kammen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekamd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekamd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekamd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kammen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kam
Herkomst
afgeleid van kam met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van kammen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kamde | verleden tijd | kammen |
| kamden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kammen |
| kamme | aanvoegende wijs | kammen |
| kammend | onvoltooid deelwoord | kammen |
| kammende | woordvorm | kammen |
| kamt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kammen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kammen zijn vastgelegd.