Naar de inhoud

kalven

het werpen van een jong bij runderen

kalven is meer dan één woord

kalven

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het werpen van een jong bij runderen

werkwoord

  1. een jong baren bij runderen unergative

Vervoeging van kalven

kalvenhele werkwoord — kalfdeverleden tijd enkelvoud — kalfdenverleden tijd meervoud — gekalfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kalf kalfde
jij kalft kalfde
hij, zij, het kalft kalfde
wij kalven kalfden
jullie kalven kalfden
zij kalven kalfden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekalfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekalfd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekalfd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekalfd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekalfd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekalfd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekalfd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekalfd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekalfd verleden tijd, deelwoord
gekalfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekalfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekalfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekalfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekalfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kalf gebiedende wijs
kalfde verleden tijd
kalve aanvoegende wijs
kalvend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekalfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kalven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kalven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kalven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kalf

Herkomst

Afgeleid van kalf met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van kalven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekalfd voltooid deelwoord kalven
kalfde verleden tijd kalven
kalfden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kalven
kalft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kalven
kalve aanvoegende wijs kalven
kalvend onvoltooid deelwoord kalven
kalvende woordvorm kalven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kalven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kalven

Wat is de betekenis van kalven?
Kalven is een werkwoord. De betekenis is: het werpen van een jong bij runderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kalven?
Zo vervoeg je kalven zo: de tegenwoordige tijd is kalf, de verleden tijd is kalfde en het voltooid deelwoord is gekalfd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kalven is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kalven levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. V 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kalven telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kalven in het kort

kalven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kalven staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kalven bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kalven: het werpen van een jong bij runderen
Deel kalven — standaardnederlands.nl