kalibreren
werkwoordBetekenis
- van een kaliber voorzien
- een schaalverdeling ijken
werkwoord
- een meetinstrument of -apparaat vergelijken met een standaard om afwijkingen te detecteren en zo betrouwbare metingen te garanderen transitive
Vervoeging van kalibreren
kalibrerenhele werkwoord — kalibreerdeverleden tijd enkelvoud — kalibreerdenverleden tijd meervoud — gekalibreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kalibreer | kalibreerde |
| jij | kalibreert | kalibreerde |
| hij, zij, het | kalibreert | kalibreerde |
| wij | kalibreren | kalibreerden |
| jullie | kalibreren | kalibreerden |
| zij | kalibreren | kalibreerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekalibreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekalibreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekalibreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekalibreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekalibreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekalibreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekalibreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekalibreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekalibreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gekalibreerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekalibreerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekalibreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekalibreerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekalibreerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekalibreerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekalibreerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekalibreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekalibreerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekalibreerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekalibreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kalibreer | gebiedende wijs |
| kalibreerde | verleden tijd |
| kalibrere | aanvoegende wijs |
| kalibrerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekalibreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kalibreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kalibreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekalibreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekalibreerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekalibreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekalibreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekalibreerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kalibreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekalibreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekalibreerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gekalibreerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kalibreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het kaliber vaststellen’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Woordfamilie van kalibreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekalibreerd | voltooid deelwoord | kalibreren |
| gekalibreerde | woordvorm | kalibreren |
| kalibreer | gebiedende wijs | kalibreren |
| kalibreerde | verleden tijd | kalibreren |
| kalibreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kalibreren |
| kalibreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kalibreren |
| kalibrere | aanvoegende wijs | kalibreren |
| kalibrerend | onvoltooid deelwoord | kalibreren |
| kalibrerende | woordvorm | kalibreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kalibreren zijn vastgelegd.