Naar de inhoud

kalibreren

van een kaliber voorzien

kalibreren

werkwoord

Betekenis

  1. van een kaliber voorzien
  2. een schaalverdeling ijken

werkwoord

  1. een meetinstrument of -apparaat vergelijken met een standaard om afwijkingen te detecteren en zo betrouwbare metingen te garanderen transitive

Vervoeging van kalibreren

kalibrerenhele werkwoord — kalibreerdeverleden tijd enkelvoud — kalibreerdenverleden tijd meervoud — gekalibreerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kalibreer kalibreerde
jij kalibreert kalibreerde
hij, zij, het kalibreert kalibreerde
wij kalibreren kalibreerden
jullie kalibreren kalibreerden
zij kalibreren kalibreerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekalibreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekalibreerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekalibreerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekalibreerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekalibreerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekalibreerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekalibreerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekalibreerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekalibreerd verleden tijd, deelwoord
gekalibreerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekalibreerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekalibreerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalibreerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalibreerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekalibreerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekalibreerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekalibreerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekalibreerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekalibreerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekalibreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekalibreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekalibreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekalibreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalibreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kalibreer gebiedende wijs
kalibreerde verleden tijd
kalibrere aanvoegende wijs
kalibrerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekalibreerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kalibreren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kalibreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekalibreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekalibreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekalibreerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekalibreerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekalibreerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekalibreerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekalibreerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekalibreerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekalibreerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kalibreren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekalibreerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekalibreerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekalibreerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kalibreren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘het kaliber vaststellen’ voor het eerst aangetroffen in 1872

Woordfamilie van kalibreren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekalibreerd voltooid deelwoord kalibreren
gekalibreerde woordvorm kalibreren
kalibreer gebiedende wijs kalibreren
kalibreerde verleden tijd kalibreren
kalibreerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kalibreren
kalibreert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kalibreren
kalibrere aanvoegende wijs kalibreren
kalibrerend onvoltooid deelwoord kalibreren
kalibrerende woordvorm kalibreren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kalibreren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kalibreren

Wat is de betekenis van kalibreren?
Kalibreren is een werkwoord. De betekenis is: van een kaliber voorzien. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kalibreren?
Zo vervoeg je kalibreren zo: de tegenwoordige tijd is kalibreer, de verleden tijd is kalibreerde en het voltooid deelwoord is gekalibreerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kalibreren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. I 1
  5. B 3
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kalibreren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. L 3
  4. I 2
  5. B 4
  6. R 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kalibreren in het kort

kalibreren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kalibreren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kalibreren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kalibreren: van een kaliber voorzien
Deel kalibreren — standaardnederlands.nl