kaliber
zelfstandig naamwoordBetekenis
- middellijn van de ziel van vuurwapens, kogels en buizen enz
- grootte, zwaarte of omvang van een voorwerp
- kwaliteit, gehalte
- gereedschap waarmee de juiste afmetingen van een werkstuk gecontroleerd worden door deze te vergelijken met de afmetingen van het kaliber
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kalibers | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans calibre, in de betekenis van ‘middellijn van de loop van een vuurwapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1697
Woordfamilie van kaliber
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kalibers | meervoud | kaliber |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaliber zijn vastgelegd.