Naar de inhoud

kaken

een vis van de ingewanden ontdoen

kaken is meer dan één woord

kaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een vis van de ingewanden ontdoen

Vervoeging van kaken

kakenhele werkwoord — kaakteverleden tijd enkelvoud — kaaktenverleden tijd meervoud — gekaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kaak kaakte
jij kaakt kaakte
hij, zij, het kaakt kaakte
wij kaken kaakten
jullie kaken kaakten
zij kaken kaakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gekaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekaakt verleden tijd, deelwoord
gekaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gekaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gekaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gekaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kaak gebiedende wijs
kaakte verleden tijd
kake aanvoegende wijs
kakend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kaken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gekaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gekaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gekaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gekaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gekaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gekaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gekaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gekaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gekaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kaak

Herkomst

In de betekenis van ‘ingewandsverwijdering van haring via de kieuw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1462

Woordfamilie van kaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaakt voltooid deelwoord kaken
gekaakte woordvorm kaken
kaakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kaken
kaakte verleden tijd kaken
kaakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kaken
kake aanvoegende wijs kaken
kakend onvoltooid deelwoord kaken
kakende woordvorm kaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kaken

Wat is de betekenis van kaken?
Kaken is een werkwoord. De betekenis is: een vis van de ingewanden ontdoen.
Hoe vervoeg ik kaken?
Zo vervoeg je kaken zo: de tegenwoordige tijd is kaak, de verleden tijd is kaakte en het voltooid deelwoord is gekaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kaken is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kaken levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. K 3
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kaken telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kaken in het kort

kaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van kaken staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kaken bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kaken: een vis van de ingewanden ontdoen
Deel kaken — standaardnederlands.nl