Naar de inhoud

kaderen

inkaderen

kaderen

werkwoord

Betekenis

  1. inkaderen
  2. in het grote geheel laten passen

Vervoeging van kaderen

kaderenhele werkwoord — kaderdeverleden tijd enkelvoud — kaderdenverleden tijd meervoud — gekaderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kader kaderde
jij kadert kaderde
hij, zij, het kadert kaderde
wij kaderen kaderden
jullie kaderen kaderden
zij kaderen kaderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gekaderd verleden tijd, deelwoord
gekaderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekaderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekaderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekaderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekaderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekaderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kader gebiedende wijs
kaderde verleden tijd
kadere aanvoegende wijs
kaderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekaderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kaderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kaderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekaderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kaderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kaderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekaderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kaderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van kaderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekaderd voltooid deelwoord kaderen
kaderde verleden tijd kaderen
kaderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kaderen
kadere aanvoegende wijs kaderen
kaderend onvoltooid deelwoord kaderen
kaderende woordvorm kaderen
kadert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon kaderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kaderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over kaderen

Wat is de betekenis van kaderen?
Kaderen is een werkwoord. De betekenis is: inkaderen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik kaderen?
Zo vervoeg je kaderen zo: de tegenwoordige tijd is kader, de verleden tijd is kaderde en het voltooid deelwoord is gekaderd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kaderen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kaderen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kaderen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kaderen in het kort

kaderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van kaderen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kaderen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kaderen: inkaderen
Deel kaderen — standaardnederlands.nl