Naar de inhoud

justeren

juist stellen

justeren

werkwoord

Betekenis

  1. juist stellen
  2. op de juiste maat brengen

Vervoeging van justeren

justerenhele werkwoord — justeerdeverleden tijd enkelvoud — justeerdenverleden tijd meervoud — gejusteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik justeer justeerde
jij justeert justeerde
hij, zij, het justeert justeerde
wij justeren justeerden
jullie justeren justeerden
zij justeren justeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gejusteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejusteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejusteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejusteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejusteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejusteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejusteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejusteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejusteerd verleden tijd, deelwoord
gejusteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejusteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejusteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejusteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejusteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejusteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejusteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejusteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejusteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejusteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejusteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejusteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejusteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejusteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejusteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
justeer gebiedende wijs
justeerde verleden tijd
justere aanvoegende wijs
justerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejusteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te justeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen justeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejusteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejusteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gejusteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gejusteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gejusteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gejusteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gejusteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejusteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejusteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt justeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen justeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejusteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejusteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejusteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult justeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘op de juiste maat brengen’ voor het eerst aangetroffen in 1479

Woordfamilie van justeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejusteerd voltooid deelwoord justeren
gejusteerde woordvorm justeren
justeer gebiedende wijs justeren
justeerde verleden tijd justeren
justeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon justeren
justeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon justeren
justere aanvoegende wijs justeren
justerend onvoltooid deelwoord justeren
justerende woordvorm justeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van justeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over justeren

Wat betekent justeren?
Justeren is een werkwoord. Het woord betekent: juist stellen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je justeren?
Je vervoegt justeren als volgt: de tegenwoordige tijd is justeer, de verleden tijd is justeerde en het voltooid deelwoord is gejusteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord justeren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. U 4
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

justeren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. U 2
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

justeren in het kort

justeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van justeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort justeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

justeren: juist stellen
Deel justeren — standaardnederlands.nl