juffer
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈjʏfərBetekenis
- juffrouw
- blok met inkepingen en drie of vier gaten waar de talrepen door lopen
- libelle, libel
Hoe spreek je juffer uit?
/ˈjʏfər/
Juffer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| ʏ | put |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- Zygoptera libelle, libel uit een onderorde van de libellen (Odonata). Juffers zijn slanker en kleiner dan echte libellen, maar hebben een vergelijkbare levenswijze en ontwikkeling. In rust vouwt een juffer de vleugels meestal achter de rug, terwijl een echte libel ze spreidt. Voor- en achtervleugels zijn bij juffers bovendien min of meer gelijk van vorm, terwijl bij de echte libellen de achtervleugels aan de basis veel breder zijn dan de voorvleugels. Juffers zijn een oude groep insecten waarvan het fossielenbestand teruggaat tot het Perm
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jufferen | meervoud |
| juffers | meervoud |
| juffertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| juffertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jufferen
- gebiedende wijs van jufferen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jufferen
Vervoeging van juffer
jufferhele werkwoord
Woordfamilie van juffer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| juffertje | verkleinwoord | juffer |
| juffertjes | verkleinwoord meervoud | juffer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juffer zijn vastgelegd.