juffendag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de dag dat men de verjaardag van al het onderwijzend personeel van een school tegelijkertijd viert
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| juffendagen | meervoud |
| juffendagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| juffendagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van juf zn en dag zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van juffendag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| juffendagen | meervoud | juffendag |
| juffendagje | verkleinwoord | juffendag |
| juffendagjes | verkleinwoord meervoud | juffendag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juffendag zijn vastgelegd.