Naar de inhoud

jubelen

juichen

jubelen

werkwoord /jybələ/

Betekenis

  1. juichen

Hoe spreek je jubelen uit?

/jybələ/

Jubelen bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /jybələ/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
j ja
y fuut
b bak
ə de
l land

Vervoeging van jubelen

jubelenhele werkwoord — jubeldeverleden tijd enkelvoud — jubeldenverleden tijd meervoud — gejubeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jubel jubelde
jij jubelt jubelde
hij, zij, het jubelt jubelde
wij jubelen jubelden
jullie jubelen jubelden
zij jubelen jubelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejubeld verleden tijd, deelwoord
gejubeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejubeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejubeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejubeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejubeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejubeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejubeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jubel gebiedende wijs
jubelde verleden tijd
jubele aanvoegende wijs
jubelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejubeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jubelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jubelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejubeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jubelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jubelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejubeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jubelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vreugdekreten aanheffen’ voor het eerst aangetroffen in 1854

Woordfamilie van jubelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejubeld voltooid deelwoord jubelen
jubelde verleden tijd jubelen
jubelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jubelen
jubele aanvoegende wijs jubelen
jubelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jubelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jubelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over jubelen

Hoe spreek je jubelen uit?
De uitspraak van jubelen is: /jybələ/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent jubelen?
Jubelen is een werkwoord. Het woord betekent: juichen.
Hoe vervoeg je jubelen?
Je vervoegt jubelen als volgt: de tegenwoordige tijd is jubel, de verleden tijd is jubelde en het voltooid deelwoord is gejubeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jubelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. U 4
  3. B 3
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jubelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 112 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. U 2
  3. B 4
  4. E 1
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 112 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

jubelen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jubelen in het kort

jubelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van jubelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort jubelen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

jubelen: juichen
Deel jubelen — standaardnederlands.nl