jubel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- grote vreugde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jubeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jubeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jubelen
- gebiedende wijs van jubelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van jubelen
Vervoeging van jubel
jubelhele werkwoord
Woordfamilie van jubel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jubeltje | verkleinwoord | jubel |
| jubeltjes | verkleinwoord meervoud | jubel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jubel zijn vastgelegd.