Naar de inhoud

joggen

hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven

joggen

werkwoord

Betekenis

  1. hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
  2. hardlopend ergens heengaan
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van joggen

joggenhele werkwoord — jogdeverleden tijd enkelvoud — jogdenverleden tijd meervoud — gejogdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jog jogde
jij jogt jogde
hij, zij, het jogt jogde
wij joggen jogden
jullie joggen jogden
zij joggen jogden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejogd verleden tijd, deelwoord
gejogd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejogd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejogd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejogd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejogd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejogd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jog gebiedende wijs
jogde verleden tijd
jogge aanvoegende wijs
joggend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejogd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te joggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen joggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejogd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt joggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen joggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejogd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult joggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hardlopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1979

Woordfamilie van joggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejogd voltooid deelwoord joggen
gejogde woordvorm joggen
jog gebiedende wijs joggen
jogde verleden tijd joggen
jogden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon joggen
jogge aanvoegende wijs joggen
joggend onvoltooid deelwoord joggen
joggende woordvorm joggen
jogt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon joggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van joggen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over joggen

Wat is de betekenis van joggen?
Joggen is een werkwoord. De betekenis is: hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik joggen?
Zo vervoeg je joggen zo: de tegenwoordige tijd is jog, de verleden tijd is jogde en het voltooid deelwoord is gejogd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord joggen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

joggen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

joggen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

joggen in het kort

joggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van joggen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort joggen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

joggen: hardlopen om te trainen, als oefening om in conditie te blijven
Deel joggen — standaardnederlands.nl