Naar de inhoud

joggelen

aan staal een waterdicht aansluitende rand vormen

joggelen

werkwoord

Betekenis

  1. aan staal een waterdicht aansluitende rand vormen

Vervoeging van joggelen

joggelenhele werkwoord — joggeldeverleden tijd enkelvoud — joggeldenverleden tijd meervoud — gejoggeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik joggel joggelde
jij joggelt joggelde
hij, zij, het joggelt joggelde
wij joggelen joggelden
jullie joggelen joggelden
zij joggelen joggelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejoggeld verleden tijd, deelwoord
gejoggeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejoggeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejoggeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejoggeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejoggeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejoggeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejoggeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejoggeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejoggeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejoggeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejoggeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
joggel gebiedende wijs
joggelde verleden tijd
joggele aanvoegende wijs
joggelend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejoggeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te joggelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen joggelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejoggeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt joggelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen joggelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejoggeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult joggelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van joggelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejoggeld voltooid deelwoord joggelen
gejoggelde woordvorm joggelen
joggel gebiedende wijs joggelen
joggelde verleden tijd joggelen
joggelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon joggelen
joggele aanvoegende wijs joggelen
joggelend onvoltooid deelwoord joggelen
joggelende woordvorm joggelen
joggelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon joggelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van joggelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over joggelen

Wat betekent joggelen?
Joggelen is een werkwoord. Het woord betekent: aan staal een waterdicht aansluitende rand vormen.
Hoe vervoeg je joggelen?
Je vervoegt joggelen als volgt: de tegenwoordige tijd is joggel, de verleden tijd is joggelde en het voltooid deelwoord is gejoggeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord joggelen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

joggelen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. O 1
  3. G 3
  4. G 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

joggelen in het kort

joggelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van joggelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort joggelen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

joggelen: aan staal een waterdicht aansluitende rand vormen
Deel joggelen — standaardnederlands.nl