Naar de inhoud

jennen

pesten, uitdagen

jennen

werkwoord

Betekenis

  1. pesten, uitdagen

Vervoeging van jennen

jennenhele werkwoord — jendeverleden tijd enkelvoud — jendenverleden tijd meervoud — gejendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jen jende
jij jent jende
hij, zij, het jent jende
wij jennen jenden
jullie jennen jenden
zij jennen jenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gejend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gejend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejend verleden tijd, deelwoord
gejend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gejend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gejend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gejend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gejend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jen gebiedende wijs
jende verleden tijd
jenne aanvoegende wijs
jennend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jennen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gejend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gejend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gejend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gejend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gejend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gejend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gejend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gejend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gejend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gejend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gejend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gejend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jennen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gejend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jennen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gejend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jennen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Jiddisch, in de betekenis van ‘plagen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1937

Woordfamilie van jennen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejend voltooid deelwoord jennen
gejende woordvorm jennen
jen gebiedende wijs jennen
jende verleden tijd jennen
jenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jennen
jenne aanvoegende wijs jennen
jennend onvoltooid deelwoord jennen
jennende woordvorm jennen
jent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jennen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jennen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over jennen

Wat is de betekenis van jennen?
Jennen is een werkwoord. De betekenis is: pesten, uitdagen.
Hoe vervoeg ik jennen?
Zo vervoeg je jennen zo: de tegenwoordige tijd is jen, de verleden tijd is jende en het voltooid deelwoord is gejend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jennen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jennen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. E 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jennen telt 6 letters, waarvan 3 verschillende, want 3 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jennen in het kort

jennen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van jennen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jennen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jennen: pesten, uitdagen
Deel jennen — standaardnederlands.nl