Naar de inhoud

iriseren

de kleuren van de regenboog vertonen

iriseren

werkwoord

Betekenis

  1. de kleuren van de regenboog vertonen
  2. kleuren in de tinten van de regenboog

Vervoeging van iriseren

iriserenhele werkwoord — iriseerdeverleden tijd enkelvoud — iriseerdenverleden tijd meervoud — geïriseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik iriseer iriseerde
jij iriseert iriseerde
hij, zij, het iriseert iriseerde
wij iriseren iriseerden
jullie iriseren iriseerden
zij iriseren iriseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geïriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geïriseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geïriseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geïriseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geïriseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geïriseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geïriseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geïriseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geïriseerd verleden tijd, deelwoord
geïriseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïriseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geïriseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïriseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïriseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geïriseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïriseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geïriseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïriseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geïriseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geïriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geïriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geïriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geïriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
iriseer gebiedende wijs
iriseerde verleden tijd
irisere aanvoegende wijs
iriserend onvoltooid, deelwoord
is geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geïriseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te iriseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen iriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geïriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geïriseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geïriseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geïriseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geïriseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geïriseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geïriseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geïriseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt iriseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen iriseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geïriseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïriseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geïriseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult iriseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse iriser (met het achtervoegsel -eren)

Woordfamilie van iriseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geïriseerd voltooid deelwoord iriseren
geïriseerde woordvorm iriseren
iriseer gebiedende wijs iriseren
iriseerde verleden tijd iriseren
iriseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon iriseren
iriseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon iriseren
irisere aanvoegende wijs iriseren
iriserend onvoltooid deelwoord iriseren
iriserende woordvorm iriseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van iriseren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over iriseren

Wat is de betekenis van iriseren?
Iriseren is een werkwoord. De betekenis is: de kleuren van de regenboog vertonen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik iriseren?
Zo vervoeg je iriseren zo: de tegenwoordige tijd is iriseer, de verleden tijd is iriseerde en het voltooid deelwoord is geïriseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord iriseren is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. R 2
  3. I 1
  4. S 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

iriseren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. R 2
  3. I 2
  4. S 2
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (I) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

iriseren in het kort

iriseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van iriseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort iriseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

iriseren: de kleuren van de regenboog vertonen
Deel iriseren — standaardnederlands.nl