iriscopist
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die totale gezondheid van een patiënt kan aflezen aan zijn regenboogvlies in het oog, het is een niet wettelijk erkende genezer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| iriscopisten | meervoud |
Herkomst
afgeleid van iriscoop met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van iriscopist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| iriscopisten | meervoud | iriscopist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van iriscopist zijn vastgelegd.