inzweren
werkwoord ˈɪnzwerə(n)Betekenis
- beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen
- (van een wond, infectie) zich door zweren een weg naar de binnenkant van het lichaam weten te vreten
Hoe spreek je inzweren uit?
/ˈɪnzwerən/
Inzweren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| z | zon |
| w | quiz |
| e | veel |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van inzweren
inzwerenhele werkwoord — zwoor inverleden tijd enkelvoud — zworen inverleden tijd meervoud — ingezworenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zweer in | zwoor in |
| jij | zweert in | zwoert in |
| hij, zij, het | zweert in | zwoor in |
| wij | zweren in | zworen in |
| jullie | zweren in | zworen in |
| zij | zweren in | zworen in |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezworen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezworen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezworen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezworen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezworen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezworen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezworen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezworen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zullen zweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in te zweren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in zal zweren | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zweren | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zweren | bijzin, toekomende tijd |
| ingezworen | verleden tijd, deelwoord |
| ingezworen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezworen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezworen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzweer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzweert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzwerend | onvoltooid, deelwoord |
| inzwoert | bijzin, verleden tijd |
| inzwoor | bijzin, verleden tijd |
| inzworen | bijzin, verleden tijd |
| is ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzweren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzweren in zou(dt) zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzweren | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Vervoeging van inzweren
inzwerenhele werkwoord — zwoor inverleden tijd enkelvoud — zworen inverleden tijd meervoud — ingezworenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zweer in | zwoor in |
| jij | zweert in | zwoert in |
| hij, zij, het | zweert in | zwoor in |
| wij | zweren in | zworen in |
| jullie | zweren in | zworen in |
| zij | zweren in | zworen in |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ingezworen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ingezworen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ingezworen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ingezworen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ingezworen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ingezworen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ingezworen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ingezworen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| in te zullen zweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in te zweren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in zal zweren | bijzin, toekomende tijd |
| in zou zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen zweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen zweren | bijzin, toekomende tijd |
| in zult zweren | bijzin, toekomende tijd |
| ingezworen | verleden tijd, deelwoord |
| ingezworen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezworen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingezworen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezworen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ingezworen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inzweer | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzweert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inzwerend | onvoltooid, deelwoord |
| inzwoert | bijzin, verleden tijd |
| inzwoor | bijzin, verleden tijd |
| inzworen | bijzin, verleden tijd |
| is ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben ingezworen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingezworen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ingezworen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inzweren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingezworen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inzweren in zou(dt) zweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingezworen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ingezworen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inzweren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingezworen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inzweren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inzweren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inzweren | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingezworen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ingezworen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
: leenvertaling van Engels swear in ww ; op te vatten als samenstelling van in bw en zweren
Woordfamilie van inzweren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingezworen | voltooid deelwoord | inzweren |
| inzweer | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzweren |
| inzweert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inzweren |
| inzwere | with-subordinate-clause | inzweren |
| inzwerend | onvoltooid deelwoord | inzweren |
| inzwerende | woordvorm | inzweren |
| inzwoer | with-subordinate-clause | inzweren |
| inzwoeren | with-subordinate-clause | inzweren |
| inzwoor | subordinate-clause, verleden tijd | inzweren |
| inzworen | subordinate-clause, verleden tijd | inzweren |
| zweer in | gebiedende wijs | inzweren |
| zweert in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inzweren |
| zwere in | woordvorm | inzweren |
| zweren in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inzweren |
| zwoer in | verleden tijd | inzweren |
| zwoeren in | woordvorm | inzweren |
| zwoor in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | inzweren |
| zworen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inzweren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzweren zijn vastgelegd.