Naar de inhoud

inzweren

beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen

inzweren

werkwoord ˈɪnzwerə(n)

Betekenis

  1. beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen
  2. (van een wond, infectie) zich door zweren een weg naar de binnenkant van het lichaam weten te vreten

Hoe spreek je inzweren uit?

/ˈɪnzwerən/

Inzweren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnzwerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
z zon
w quiz
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van inzweren

inzwerenhele werkwoord — zwoor inverleden tijd enkelvoud — zworen inverleden tijd meervoud — ingezworenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zweer in zwoor in
jij zweert in zwoert in
hij, zij, het zweert in zwoor in
wij zweren in zworen in
jullie zweren in zworen in
zij zweren in zworen in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezworen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezworen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezworen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezworen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezworen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezworen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zullen zweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in te zweren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in zal zweren bijzin, toekomende tijd
in zou zweren bijzin, voorwaardelijk
in zouden zweren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zweren bijzin, voorwaardelijk
in zullen zweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zweren bijzin, toekomende tijd
in zult zweren bijzin, toekomende tijd
ingezworen verleden tijd, deelwoord
ingezworen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezworen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezworen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezworen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezworen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezworen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezworen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzweer bijzin, tegenwoordige tijd
inzweert bijzin, tegenwoordige tijd
inzwerend onvoltooid, deelwoord
inzwoert bijzin, verleden tijd
inzwoor bijzin, verleden tijd
inzworen bijzin, verleden tijd
is ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzweren bijzin, toekomende tijd
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzweren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzweren in zou(dt) zweren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzweren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzweren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzweren bijzin, toekomende tijd
zult ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Vervoeging van inzweren

inzwerenhele werkwoord — zwoor inverleden tijd enkelvoud — zworen inverleden tijd meervoud — ingezworenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zweer in zwoor in
jij zweert in zwoert in
hij, zij, het zweert in zwoor in
wij zweren in zworen in
jullie zweren in zworen in
zij zweren in zworen in
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ingezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ingezworen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ingezworen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ingezworen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ingezworen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ingezworen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ingezworen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ingezworen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te zullen zweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in te zweren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in zal zweren bijzin, toekomende tijd
in zou zweren bijzin, voorwaardelijk
in zouden zweren bijzin, voorwaardelijk
in zoudt zweren bijzin, voorwaardelijk
in zullen zweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen zweren bijzin, toekomende tijd
in zult zweren bijzin, toekomende tijd
ingezworen verleden tijd, deelwoord
ingezworen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezworen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ingezworen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingezworen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezworen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ingezworen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezworen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingezworen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inzweer bijzin, tegenwoordige tijd
inzweert bijzin, tegenwoordige tijd
inzwerend onvoltooid, deelwoord
inzwoert bijzin, verleden tijd
inzwoor bijzin, verleden tijd
inzworen bijzin, verleden tijd
is ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben ingezworen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen inzweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingezworen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ingezworen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal inzweren bijzin, toekomende tijd
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingezworen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou inzweren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) inzweren in zou(dt) zweren bijzin, voorwaardelijk
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden inzweren bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingezworen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingezworen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt inzweren bijzin, voorwaardelijk
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingezworen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen inzweren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen inzweren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen inzweren bijzin, toekomende tijd
zult ingezworen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingezworen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

: leenvertaling van Engels swear in ww ; op te vatten als samenstelling van in bw en zweren

Woordfamilie van inzweren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingezworen voltooid deelwoord inzweren
inzweer subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzweren
inzweert subordinate-clause, tegenwoordige tijd inzweren
inzwere with-subordinate-clause inzweren
inzwerend onvoltooid deelwoord inzweren
inzwerende woordvorm inzweren
inzwoer with-subordinate-clause inzweren
inzwoeren with-subordinate-clause inzweren
inzwoor subordinate-clause, verleden tijd inzweren
inzworen subordinate-clause, verleden tijd inzweren
zweer in gebiedende wijs inzweren
zweert in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon inzweren
zwere in woordvorm inzweren
zweren in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon inzweren
zwoer in verleden tijd inzweren
zwoeren in woordvorm inzweren
zwoor in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon inzweren
zworen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon inzweren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inzweren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over inzweren

Hoe spreek je inzweren uit?
De uitspraak van inzweren is: /ˈɪnzwerə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent inzweren?
Inzweren is een werkwoord. Het woord betekent: beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je inzweren?
Je vervoegt inzweren als volgt: het voltooid deelwoord is ingezworen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord inzweren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. Z 4
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

inzweren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. Z 5
  4. W 5
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

inzweren in het kort

inzweren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van inzweren zijn 91 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort inzweren bij een woordfamilie van 18 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

inzweren: beëdigen, iemand de (ambts)eed af laten leggen
Deel inzweren — standaardnederlands.nl